Wijkgericht beleid neemt niet de oorzaken van sociale verloedering weg (2 van 3)
Sociale stijging is een belangrijk beleidsthema. Veelvuldig wordt wijkgericht ingezet op het wegnemen van barrières voor sociale stijging. Dat wijkaanpak en sociale stijging een goed huwelijk vormen is maar de vraag. Het heilsgeloof of het automatisme waardoor deze thema’s aan elkaar worden gekoppeld is gebaseerd op een foutieve aanname waardoor sociale stijgingsprojecten niet leiden tot wijkverbetering. Daarnaast kan sociale stijging juist leiden tot verslechtering van de wijk en is de sleutel tot succes waarschijnlijk niet een wijkgericht project maar een verbeterde sociale infrastructuur.
Buurteffecten
Het hele idee dat wijkaanpak leidt tot sociale stijging is gebaseerd op de Amerikaanse theorie van buurteffecten. Deze theorie gaat ervan uit dat de demografische opbouw van arme achterstandswijken verstoorde normen, waarden en gedrag bij de jongste bewoners veroorzaakt waardoor een cyclus ontstaat van sociale pathologie en armoede waaraan weinig bewoners ontkomen. Het is echter twijfelachtig of dit idee van buurteffecten net zo sterk toepasbaar is in de Europese context, en in het bijzonder Nederland, gezien de rol van onze verzorgingsstaat.
Dit betekent dat de basis waarop overheden en woningcorporaties barrières weg denken te nemen voor sociale stijging helemaal niet is toegespitst op de specifieke Nederlandse situatie.
Het moet in Nederland niet zozeer gaan om het wegnemen van buurteffecten, maar om het wegnemen van individuele barrières voor sociale stijging.
Verstoorde normen en waarden
Verlaten van de wijk
De wankele basis voor ons sociale stijgingsbeleid is problematisch. Daarnaast kan echter ook nog gesteld worden dat sociale stijgingsprojecten juist leidt tot verslechtering van de wijk. Sociale stijging leidt in veel gevallen vanzelf tot suburbanisatie van de sociaal gestegenen waarmee het effect voor de wijk teniet gedaan wordt. Het verlaten van de wijk is een internationaal gegeven en is veelvuldig aangetoond door verschillende internationale onderzoeken. Door het vertrek van stabiele en rijkere huishoudens wordt de neerwaartse spiraal waarin de wijk zich bevindt versterkt. De vertrekkende huishoudens zijn over het algemeen veel beter af in termen van werk en inkomen, vergeleken met degenen die daarvoor in de plaats komen.
Projectencarrousels
Wijkgericht werken is dus absoluut het tegenovergestelde van ideaal voor wat betreft sociale stijging. Maar wat kan de wijk dan wel betekenen voor die bewoners met sociale stijgingsaspiraties? Wetenschappers stellen dat het vooral van belang is dat er een simpele, transparante en effectieve sociale structuur komt in aandachtswijken, met goede professionals die de kwaliteit bezitten om aandachtsgroepen vooruit te helpen. Aandachtswijken hebben namelijk geen projectencarrousels nodig, maar goede voorzieningen en professionals, zoals onderwijzers, artsen, jeugdwerkers, maatschappelijk werkers, wijkagenten, et cetera. De kwaliteit van de sociale infrastructuur in aandachtswijken is nu vaak bedroevend, waardoor een adequaat sociaal beleid van emancipatie en sociale stijging niet van de grond komt.
Duidelijk is geworden dat het huidige wijkgerichte beleid faalt in het behalen van de doelstellingen. Een verkeerde basis voor het beleid en juist de effecten van het ingezette beleid zorgen voor wijkverslechtering en het uitblijven van sociale stijging voor de wijk. De wijk kan alleen iets betekenen in de route naar sociale stijging wanneer de sociale infrastructuur verbetert, in plaats van bewoners te vermoeien met het zoveelste project.
In het volgende artikel wordt verkend of bewoners zich überhaupt herkennen in het schaalniveau van de wijk en hoe sociale stijging bereikt kan worden. (Auteur Erwijn Harsevoort)